Lunchen met paardenbollen

Lokeren was tot eind de jaren zestig van de vorige eeuw het wereldcentrum van de haarsnijderijen.

Reclamekaart Epouse Jacobs. Deze Lokerse haarsnijderij legde in 1980 de boeken neer. (Stadsmuseum Lokeren)

In 35 haarsnijderijfabrieken werden konijnen- en hazenvellen ontdaan van hun huid. Vrouwen en kinderen sneden soms thuis het haar van de staarten en de poten. 
Van het haar werden dan in fabrieken overal ter wereld dure vilthoeden gemaakt. Jeanine De Wolf beschrijft hoe de werknemers ‘s middags thuis van ‘paardenbollen’ kwamen genieten: 

 

‘Dat was in de tijd dat wij kind waren. Dan woonden wij bij ons mémé. Mijn ma, mijn pa en ons peetje, die werkten allemaal op de haarsnijderij. Die kregen hun boterhammetjes mee. Dat was dan schafttijd om 9 uur. Maar ‘s middags moesten die allemaal gekookt eten hebben. Ons meetje, die maakte paardenbollen. Dat was hun lievelingskost. Er werden natuurlijk nog andere dingen ook gemaakt. En zij ging bij de beenhouder om een kilo paardengehakt. En dan werden daar eitjes in gedaan en brood en balletjes van gemaakt. We moesten bij de winkel, bij Ivo’ke, om een fles bruin bier. Mijn peetje die onderhield een hofke, het werk van een akker. Hij wist daar dan patatjes en worteltjes te steken. En ja, meetje moest eten maken, hé. Kort na 12 uur was iedereen daar om te komen eten. Dat waren zo’n grote oranje kasserollen in gietijzer en die bollen stonden al van de dag tevoren op de stoof. Die moesten een nacht in de saus staan voor de goede smaak. En ja meetje, de kasserollen op tafel, elk een diepe talloor en elk een fourchette. Hop, alleman aan tafel en maar patatten scheppen en wortels erop en saus. En dat smaakte. En ik vond dat een hele, hele gezellig tijd.’ 

  

Bronnen 

Audiofragment (regisseur Kris De Beule, Stadsmuseum Lokeren). 

Het verhaal van Norbertine De Cock (°1954) | Industriemuseum.