Boterhammendoos: een belgicisme

Je zou het niet zeggen maar het oer-Vlaamse ‘boterhammendoos’ stamt uit de Franse taal.

Lunchbox met zwart-wit gespikkelde emaillaag. (Industriemuseum, Gent, V01507) 

Het woord werd samengesteld naar analogie van het Franse boîte à outils of boîte à idées. In Frankrijk spreekt men nochtans van een gamelle. In Quebec kent men een soortgelijke uitdrukking: boîte à lunch, afkomstig van het Engelse lunch box. Boven de Moerdijk geeft men, naar analogie met andere samenstellingen met -doos zoals naai- of koekendoosde voorkeur aan lunchdoos, brooddoos of broodtrommel(tje). Het woord boterhammendoos is lang aan de radar van lexicografen (de ‘woordenboekmakers’) ontsnapt en werd waarschijnlijk voor het eerst in het Woordenboek der Belgicismen (De Boeck, 2010) vermeld.

De boterhammendoos is dan ook een vrij recent product. Het familiebedrijf DBP Plastics uit Wilrijk, opgericht in 1928, ontwikkelde in 1950 de legendarische boterhammendoos uit kunststof. Daarvoor sprak men, net als in het Frans, van een gamelle (in metaal) of een musette of baluchon (doek) en had ieder dialect zijn eigen benamingen, onder meer besace, haver-, kaf-, kit-, schoof-, ete- of stuitezak (of stuitebeurs).

  

Bronnen

Michel FRANCARD, "Vous aves de ces mots": boîte à tartines pour un français durable.... In Le Soir Plus, 01/03/2019.

Zie: https://www.e-wvd.be/lid/wvd/f?p=131:1:5214675152464::NO:RP::. Laatst geraadpleegd op 28/05/2021.