Thuiswerken is niet nieuw

Thuiswerken is niet nieuw en gaat ver terug, zelfs tot ver voor de industriële revolutie. 

Zeker sinds de coronacrisis is thuiswerken voor velen niet meer weg te denken. Thuiswerk blijkt alleen helemaal niet zo nieuw te zijn.

Thuiswerkplaats van een wever met een kind aan het spinnewiel en een baby in de wieg. (Amsab-ISG, fo000489)

Zo’n 300 jaar geleden was de kans groot dat je bij een gemiddelde huisboerderij in de Kempen of in West-Vlaanderen een werkende moeder in de woonkamer aantrof. Achter een spinnenwiel terwijl ze met haar vrije hand de wieg van haar kindje vasthad. De vader des huizes schoor intussen buiten een schaap en trok ’s middags naar de markt om het overschot van de oogst te verkopen. Tijdens de lunch at het hele gezin samen simpele kost uit één pan. Werk en privé liepen voor de industriële revolutie bij veel gezinnen al in elkaar over.

Een spinster thuis aan het werk in de jaren 1920. (Amsab-ISG, fo013774)

Anders is wel dat mensen minder energie hadden voor leuke dingen door hun niet gevarieerd dieet met weinig calorieën. Dit dieet bestond uit brood, gort, havermout, groentesoep, met vanaf de achttiende eeuw aardappelen. Weinig calorieën wat zich vertaalde in werken, eten, slapen, werken.

Begin negentiende eeuw trokken mannen, vrouwen en kinderen wel het huis uit om in fabriekshallen lange dagen te maken. Ondanks de zeer lange werkdagen van 10 tot soms wel 14 uur namen knechten en werknemers in de zeventiende eeuw wel middagpauzes van één à twee uur, waarin ze konden eten en een dutje konden doen. Daar kunnen we vandaag de dag nog iets van leren.

 

Bronnen

Maarten VAN GESTEL, Thuiswerken is niet nieuw maar juist oud. In De Morgen, 15/10/2020.